www.hoekwierde.nl

Welkom bij de Bewonersgroep Hoekwierde

Media, Zelfbeheer

CASLA Bewoners aan het roer (3)

 Almeerders over zelfbeheer in hun wijken.

“De gemeente? Dat zijn wij”.

Ambtenaren en wijkbewoners komen nader tot elkaar.

“De gemeente? Dat zijn wij!” zei Hans Lap uit de Hoekwierde, tegen een voorbijganger die hem vroeg waarom niet de gemeente maar hij het gras in zijn buurt stond te maaien. Een mooie manier om zijn betrokkenheid en die van vele andere vrijwilligers uit zijn wijk, te typeren. De inbreng van bewoners bij het werken aan het woonklimaat stond centraal op de bewonersavond, die op 12 december bij CASLA werd gehouden als onderdeel van het project Bewoners aan het Roer. Een tentoonstelling met side-programma, die bewoners met initiatief in het zonnetje werden gezet.‘Bewoners aan het roer’ gaat over mensen die een sterke binding met hun woonomgeving hebben. Zij dragen bij met onderhoudsprojecten, buurt-activiteiten en allerlei bijzondere initiatieven. Ze spreken mensen aan op hun gedrag en geven het goede voorbeeld. Kortom, de steeds vaker gehoorde term ‘civil society’ in optima forma.De genoemde Hoekwierde vormt daarbij een lichtend voorbeeld. Een grote groep mensen hebben de handen aaneen geslagen en onderhouden het groen in de buurt. Er vinden al rondleidingen plaats vanuit andere steden naar deze wijk, waarin over de aanpak wordt verteld. Wethouder Ed Anker prees in de gemeenteraadsvergadering van 13 december het experiment ‘ zelfbeheer’ dat hier plaatsvindt, als een geslaagde aanpak die elders in het land navolging zou moeten krijgen.De twee auteurs van het boek ‘ Bloemkoolwijken, Analyse en Perspectief’, Thijs van der Steeg en Martijn Ubink, spelen een belangrijke rol bij de expositie. Op de allereerste plaats ligt hun boek over deze bijzondere wijken op de leestafel. Met veel beelden uit Almere Haven illustreren de auteurs hoe dit soort wijken uit de jaren zeventig worden gerenoveerd. Van der Steeg was ook gastconservator voor de tentoonstelling en sprak tijdens de officiële opening over het belang van bewonersinitiatieven voor de stad.Ubink verzorgde de aftrap voor de discussie op 12 december. Bij de aanleg van Bloemkoolwijken golden hoge idealen, vertelde hij. Er werd gezorgd voor het gezamenlijk beheer van de collectieve ruimte, voor plekken om veilig te spelen en heel veel snippergroen. De beelden van nu geven flink wat verloedering te zien. Het groen is verwaarloosd en de openbare ruimte staat vol met blik. “Wat is er in de tussenliggende jaren veranderd?” vroeg Ubink zich af. Tja; er wonen nu niet meer alleen jonge gezinnen, die er baat bij hebben om dingen samen te doen. Het bewonersprofiel is veel meer gedifferentieerd en mensen hebben een heel verschillende culturele achtergrond. Het verlangen naar veiligheid en private ruimte heeft nu de overhand.

Bloemkool
Van bovenaf lijken bloemkoolwijken op doorgesneden bloemkoolroosjes. De huizen liggen aan pleintjes die vanaf één weg toegankelijk zijn en een veilig, kindvriendelijk milieu vormen. Typerend zijn de woonerven en de bijbehorende gemeenschappelijke, openbare ruimten. De auto was ondergeschikt aan het wonen en het erf werd gezien als een verlengstuk van de tuin. De openbare ruimte werd door buurtbewoners samen vorm gegeven en onderhouden. De saamhorigheid was groot.Dat laatste aspect is aan het afnemen, concludeerde Ubink, die dat ondersteunde met foto’s van herkenbare situaties: hoge schuttingen, de auto die langzaam het spelen verdringt op de erven en de bewoner die individueel aan de slag gaat (door een barretje in zijn schuur te bouwen bijvoorbeeld): kortom, er is een beweging gaande van collectief naar privaat. “De behoefte van mensen om met buren om te gaan is tegenwoordig anders”, aldus Ubink. “De diffuse grenzen van toen zijn verscherpte grenzen geworden.” Er zijn ook uitzonderingen, zoals Park Roozendaal in Leusden, met eigen zwembad en tennisbaan voor de buurt, hoewel daar privacy ook een grote rol speelt.

Uitkijken
Andere aanwezigen mengden zich ook in de discussie. Velen hebben leuke ervaringen met wat in de wijk is bereikt, maar moeten soms ook bekennen dat niet iedereen betrokkenheid wil. “Als je iemand erop wijst dat hij zijn hond niet op een kinderspeelplaats moet uitlaten, dan moet je uit kijken wat je zegt. Anders heb je meteen een groot probleem”, zei iemand. Een ander voegde toe: “Je moet alles van de positieve kant bekijken. Niet iedereen wil met ons meedoen, maar je telt dan maar degenen die zich wél willen inzetten voor de wijk.”En dan is er natuurlijk de traditionele afstand tussen bewoner en bestuurder, c.q. het stadhuis. De bewoner heeft het al gauw over ‘die ambtenarij’, de ambtenaar op zijn/haar beurt moet erkennen dat een bezoek aan een buurt – het persoonlijk contact maken met de betrokkenen – niet bepaald een alledaagse bezigheid is. Uit die afstand, door sommigen ‘ een gapend gat’ genoemd, komt miscommunicatie voort. Met activiteiten die eerst worden afgewezen door de gemeente en even later doodleuk door de Gemeente worden aangepakt, maak je geen vrienden. “Van beide kanten moet veel geleerd worden”, aldus een bewoner. “De burger moet actief worden en de ambtenaar moet faciliteren. Dan wordt het wat.”
Op het stadhuis wordt nogal eens het rode potlood gehanteerd, terwijl dat wel wat vaker een groen krulletje zou mogen zijn. Kortom: de ambtenaar moet wennen aan de mondigheid van de bewoner die zelf wil beslissen over wat wel of niet goed is voor zijn wijk. De bewoner moet de wegen leren en niet tegenover, maar naast de gemeente te gaan staan. Kortom; de gemeente, dat zijn wij!

Stappen
Van der Steeg ziet op dit punt vooruitgang: “Er zijn stappen gezet; er is een bepaalde transitie waarneembaar. Dat gaat gepaard met horten en stoten, maar op het stadhuis zijn wij trots op wat er in de wijken is gerealiseerd. Uit andere steden horen we complimenten over wat er is bereikt in Almere. Wij zijn steeds meer bereid ‘pokon toe te voegen’, ofwel een extra zetje in de rug te geven van bewoners. We willen niets opleggen. Het moet, hoe dan ook, van de mensen zelf uitgaan.” Udink voegde eraan toe: “De gemeente komt steeds vaker in de rol van de makelaar. Niet voor scheidsrechter spelen, maar kijken wat tussen de twee partijen mogelijk is.”Die handreiking tussen de van oudsher op afstand van elkaar werkende groepen van ambtenaren en bewoners is op zich prachtig. Enige zorg is er wel bij bewoners over de continuïteit van hun werkzaamheden: wat gebeurt er als er een dragende kracht in de wijk ziek wordt, verhuist? Wie neemt hun werk over? Op jongeren hoef je, vanwege hun drukke werk en gezin, niet te rekenen.De gemeente liet weten in dat soort gevallen ‘ zelf wat vaker het gras te gaan maaien’ en ook, nu al, te willen meedenken hoe in dit soort gevallen de ingezette zelfwerkzaamheid voortgezet kan worden.
Opgesteld: Thijs Wartenbergh.

 

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Thema door Anders Norén