www.hoekwierde.nl

Welkom bij de Bewonersgroep Hoekwierde

in memoriam Ton – de 4 broers

Hijlke spreekt namens de 4 broers van Ton

 

“Wie is student Huijzer?
Zo klonk het 43 jaar geleden in de Technische Universiteit Delft uit de mond van de gerenommeerde hoogleraar Bos, grondleger van ingenieursbureau Witteveen en Bos.
Ton stak zijn hand op en Bos zei:
‘Ik heb met zo’n plezier naar je bouwtekening staan kijken, dat ik je een 11 wil geven, maar dat kan hier niet, dus wordt het een 10.’

Ton had als opdracht om met houten balken van 4 meter lang, een brug te ontwerpen, terwijl de overspanning 6 meter moest zijn. Hij had dat zo handig opgelost en uitgedetailleerd, dat hij zelfs de bouten en moeren had ingetekend. Voor Ton was dat niet bijzonder. Dat was vanzelfsprekend en daar had hij aardigheid in.

Toen Ton eind maart zijn gamma knife straling onderging, mediteerden de buurtbewoners om hem steun en energie te geven. Carien en ik mediteerden op afstand mee. Bij Carien kwamen vragen over Ton op: wat een bijzonder leven eigenlijk. Dit leidde tot biografiegesprekken. De weerslag hiervan staat opgetekend in dit boekje. U kunt hier een exemplaar van krijgen na afloop.

Ton wist zich nog veel van zijn eerste levensjaren te herinneren. Dat hij met zand en water speelde.

Net zo makkelijk in de zandbak als op echte bouw projecten. Hij was geïnteresseerd in alles wat zijn vader op dit gebied deed.

Toen we in Bergen op Zoom woonden, als jochie van 3 benieuwd naar hoeveel heipalen er gebroken waren bij de aanleg van de latere A27, die bij Gorkum de betonplaten rijweg fundeerden. Maar ook al het dilemma als jochie van net 4: bij de buren op TV de sluiting van het Veerse Gat zien, of met z’n vader mee zijn bouwputten bekijken in Zeeland. De oplossing was: met pa mee, die vervolgens er voor zorgde dat Ton in een kroegje met tv de sluiting toch kon zien.
Doordat hij veelvuldig als klein manneke meeging en, meedeed (!), op het werk van zijn vader is het fundament gelegd voor zijn verdere leven in zand en water.

Door verhuizingen van Kerkdriel naar Bergen op Zoom, naar Enschede en naar Sassenheim, heeft hij maar 2 keer een half jaar kleuterschool gevolgd. Er was geen plek voor hem. Voor Ton was dat geen enkel probleem, want de wereld om hem heen was zijn speelplaats: overal vriendjes en overal werd gebouwd.
Hij was nog geen 5 jaar of hij speelde gemakkelijk een kilometer verderop in Enschede, waar riolering en straten werden aangelegd en woningen gebouwd.
Op zijn 11e jaar legde hij al op zolder de elektra-leidingen aan, die daarna werden goedgekeurd door een bevriende installateur van Pa.

Wat Ton zijn ogen zagen, konden zijn handen maken! Maar dan moest het wel net even anders, want wat hij zag, dat was er al. Ton wilde iets nieuws kunnen leren, dus verbeterde hij het, maakte het mooier of handiger in gebruik.

Voor mensen in de omgeving is dit altijd willen veranderen van wat hij tegenkomt wel eens lastig. Vraag je aan Ton: ‘moet ik linksom of rechtsom?’ Antwoordt hij: ‘je moet er onderdoor of overheen en anders maar er dwars doorheen.’ Dus 3 nieuwe mogelijkheden….
En als je ergens dwars doorheen aan het gaan was, dan kreeg je van hem de adviserende vraag: ‘Waarom ga je er niet even omheen?’

Het thema, dat alles net effe anders moest, maakte ook dat hij het na 2 jaar Delft saai begon te vinden en ernaast veel ging klussen. In elke straat van Sassenheim, heeft hij wel een klus gedaan. Ook hier geldt: zijn omgeving is zijn speelterrein.

Hij is als eerste civiel ingenieur techneut in slooptechnieken. Het grootste sloopbedrijf van Nederland (Fa. Kruk) nam hem graag in dienst, want nu hadden ze iemand die op dezelfde golflente met de heren ingenieurs van Rijkswaterstaat kon praten.

Maar toen daar het nieuwe vanaf was, wilde hij weer een volgende stap maken: rioolinspecties bij Piet Vermeer. Dat gebeurde met een robotcamera. Maar het fabrieksmodel functioneerde onvoldoende (naar de zin van Ton), zodat Ton daar zelf aan ging sleutelen om te verbeteren.

De nieuwe uitdaging was directeur Midden-Nederland van de wegenbouwdivisie van Piet Vermeer, hier in Almere. Ook hier zocht Ton na verloop van tijd, nieuwe invalshoeken en kwam hij als een van de eersten terecht op het domein van publiek-private samenwerkingsprojecten in de wegenbouw.

Daar ontdekte hij al snel dat de project-risico’s onvoldoende gedeeld en gedragen werden en zocht hij naar wegen om op andere manieren als opdrachtgever en opdrachtnemer samen te werken.
Zijn eigen bedrijf kreeg de naam “scheppen”. En vroeger stond dat alleen voor het daadwerkelijk met een spade in het zand bezig zijn, maar nu weerspiegelde die naam ook het creëren van mogelijkheden en ruimte in de overdrachtelijke betekenis.

En dan kom je op het vlak van gedrag van mensen, waarmee hij de laatste jaren bezig is geweest. Er wordt gezegd dat Ton ruimte gaf en zeker niet stuurde. Maar de mensen dicht om hem heen (zijn gezin), of wij als 4 broers, hebben dat niet altijd zo ervaren: Ton maakte het gewoon onmogelijk om nee te zeggen, dus ja, dan moest je eenvoudigweg wel mee in zijn richting.
Ton wist heel veel en had ook vaak gelijk. Maar het valt niet mee als je van hem een lesje psychologie krijgt, terwijl je dacht dat je er zelf als afgestudeerd psycholoog, inmiddels ook wel wat van wist. Ton kon wel eens patriarchaal en belerend zijn.

Maar Ton wist ook echt veel: als kind zat hij vaak ziek, dauwworm (eczeem) en bronchitis, op een “stoelebedje” thuis.
In de 4de en 5de klas van de lagere school heeft hij zo de 8-delige Elseviers Visum Encyclopedie helemaal van voor naar achter doorgelezen. Ton liet zich niet beletten door die ziekteperiodes, van soms wel 6 weken. En dat bleek ook in zijn laatste levensjaar; je kunt immers ook doorgaan zolang je er niet bij neervalt.

Ton z’n eerst en sterkste affiniteit ligt op het vlak van techniek en “doen”.
Zijn gave is dat hij snel en gemakkelijk verschillende dingen met elkaar kan combineren. En daarmee mensen in zijn omgeving verbaast, terwijl het voor hem vanzelfsprekend is.

Paul vertelde net al dat Ton het groen voorbij liep, totdat er machines of materiaal mee gemoeid was, dan dook hij weer op. Zo leefde hij zich ook uit in de muziek, hij kon 5 akkoorden spelen als slaggitarist in de band ten tijde van de middelbare school,
maar eigenlijk ging het hem er veel meer om zware geluidsboxen te bouwen en versterkers in elkaar te zetten.
Zwart geschilderd met Giant Amplification als zijn merk in witte blokletters.

Dat resulteerde in een twee optredens van de band Deeploma, waar Ed, zijn broer Nico en ik ook in speelden. Maar waar op school niet zozeer de muzikale prestatie indruk maakte, sprak iedereen er wel over dat Ton midden in de aula een stellage had gebouwd van kantinetafels, 5 tafels hoog, waarop twee diaprojectors foto’s projecteerden. Of wat je vroeger had: inkt tussen de glaasjes van een dia, die door de hitte van de lamp in de projector, in allerlei kleuren en vormen op de projectiewand uiteen dropen.

Over die stellage is nog jaren gesproken.

En ik begrijp dat de wijkbewoners dat ook hebben gedaan, toen om de buis te boren voor de waterpomp op de natuurspeelplaats, een stijger van 10 meter hoog werd geplaatst.

 

 

Voor Ton zijn veel dingen vanzelfsprekend, soms besefte hij dat hij daarmee ook mensen kon imponeren, maar het ging hem toch vooral om de inhoud. Hij zette zich in met veel energie en ging daarbij wel eens over zijn eigen grenzen. Er zijn momenten geweest dat de omgeving hem in zijn kraag pakte en zei: ‘ga nou maar eens even thuis rustig bijkomen.’

Wat veel indruk op ons heeft gemaakt, is de manier waarop Ton de laatste maanden met zijn ziekte omging. Toen hij besefte dat zijn ziekte hem ging beletten om te doen wat hij wilde doen, wenste hij afscheid te nemen van de mensen om hem heen. Dat is emotioneel heftig geweest, maar ook mooi.

Mijn broer Jos zei daarbij: ‘elk van ons vijf, heeft een eigen kwaliteit. Die van Ton zijn: aanpakken, neerzetten en oplossen. Thuis hebben wij niet echt geleerd om te praten over gevoelens, maar in het aanpakken en neerzetten, is wel de onderstroom ontstaan van onze hechte verbinding als 5 broers’.

Gert Jan heeft dat “doen en aanpakken” ervaren doordat hij als 3 jarige bij Ton achterop de fiets moest helpen een lange gordijnrail vast te houden, die Ton in het dorp 7 km verderop had gekocht. En Gertjan meldde: ‘in dat “doen” heb je stenen verlegd….., rotsblokken, en bergen verzet.’

Bert heeft Ton getypeerd als de grote broer die zijn rol als oudste invulde als hoeder over zijn 4 jongere broers. ‘Ton, je voelde die verantwoordelijkheid en je nam hem ook. Je stond altijd klaar voor ons om te helpen en we hebben veel van je geleerd’.

En dat herken ik, het gaf een veilig gevoel als je iets nieuws in moest dat er een oudere, grote broer was waarop je kon terugvallen.

Ton, namens ons vieren: dankjewel dat je onze broer bent geweest en blijft en een goede reis verder!”

 

Thema door Anders Norén